De eerste linosnede begint niet met een perfecte tekening. Zij begint met het plezier van iets weghalen en daarna ontdekken wat er op papier overblijft. Je snijdt lichte delen uit een plaat, rolt inkt over het vlak en drukt dat af. De uitgesneden lijnen blijven wit; de rest krijgt kleur. Dat eenvoudige principe maakt de techniek overzichtelijk, maar elke afdruk heeft kleine verschillen. Precies daarin zit de charme.

Voor een eerste poging heb je geen grote pers of uitgebreide werkplaats nodig. Een stevige tafel, een handvol materialen en een rustig uur zijn voldoende. Verwacht niet meteen een strakke oplage. Zie de eerste plaat als een onderzoek: hoe diep moet je snijden, hoeveel inkt werkt prettig en hoeveel druk geef je met je hand? Zodra je nieuwsgierig mag oefenen, verdwijnt veel prestatiedruk.

Dit heb je werkelijk nodig

Winkels verkopen mooie koffers met veel gutsen, rollers en kleuren. Dat kan later handig zijn, maar om te starten is één eenvoudige V-guts, één bredere U-guts en een kleine roller genoeg. Kies een zachte linoleumplaat die bedoeld is voor handdruk. Gewoon vloerlinoleum kan stug zijn en vraagt meer kracht, waardoor je minder controle hebt.

Een klein basissetje

  • Een zachte lino- of snijplaat van ongeveer ansichtkaartformaat.
  • Een smalle V-guts voor lijnen en een U-guts voor grotere witte delen.
  • Watergedragen blokdrukinkt in één donkere kleur.
  • Een kleine rubberen roller en een glad mengvlak, bijvoorbeeld een oud glazen fotolijstje.
  • Niet te glad papier van gemiddeld gewicht.
  • Een houten lepel of schone deegroller om met de hand af te drukken.
  • Een potlood, eenvoudig schetspapier en een paar oude kranten.

Koop in het begin liever één degelijke guts dan een doos met tien matige exemplaren. Een scherp gereedschap glijdt voorspelbaarder door het materiaal. Bewaar de beschermkap en leg de guts direct weg wanneer je pauzeert. Inkt in één kleur houdt de eerste oefening overzichtelijk. Donkerpaars, diepblauw of zwart laat de uitgesneden vormen duidelijk zien.

Veiligheid eerst

Snijd altijd van je lichaam en je andere hand af. Leg de hand waarmee je de plaat vasthoudt nooit vóór de guts. Een eenvoudige antislipmat of plank met een opstaand randje voorkomt dat de plaat wegschuift. Werk zittend of staand op een hoogte waarbij je je schouders kunt ontspannen. Moet je veel kracht zetten, stop dan. Waarschijnlijk is de plaat te koud, de guts bot of je snede te diep.

Kies een ontwerp dat tegen eenvoud kan

Een foto vol fijne details lijkt aantrekkelijk, maar is voor een eerste plaat onnodig lastig. Kies een onderwerp met een herkenbare omtrek en enkele grote vlakken: een blad, mok, gevel, hand, bloem of eenvoudig landschap. Teken in zwart-wit. Grijze overgangen bestaan bij een basislinosnede niet vanzelf; je suggereert ze later met lijnen en kleine vormen.

Denk in licht en donker

Maak drie piepkleine schetsen van hetzelfde onderwerp. Kleur met potlood in wat straks inkt krijgt en laat wit wat je wilt uitsnijden. Draai de verhouding ook eens om. Een witte plant tegen een donkere achtergrond voelt anders dan een donkere plant op wit papier. Kies de versie die op klein formaat het duidelijkst leest.

Houd er rekening mee dat de afdruk gespiegeld is. Bij een losse bloem is dat meestal niet belangrijk. Bij letters, een gezicht in profiel of een gebouw wel. Trek je schets over op dun papier, draai dat om en breng de lijnen gespiegeld over op de plaat. Vermijd tekst bij je eerste ontwerp; de techniek is al boeiend genoeg zonder achterstevoren letters.

Snijd rustig en in lagen

Begin met de lijnen die zeker wit moeten blijven. Zet de punt van de guts vlak in het oppervlak en duw kalm vooruit. Een ondiepe snede is meestal genoeg. Draai de plaat terwijl je werkt, in plaats van je pols in een lastige hoek te dwingen. Voor een bocht maak je meerdere korte bewegingen.

Werk daarna aan grotere witte vlakken met de U-guts. Snijd ze niet in één keer diep uit. Maak eerst parallelle banen en werk de ribbels daarna voorzichtig bij. Een paar zichtbare snijsporen zijn niet erg. In de afdruk geven ze leven en laten ze zien hoe het beeld is gemaakt.

Een kleine uitschieter maakt je afdruk niet mislukt. Vaak wordt juist zo’n onverwachte witte lijn onderdeel van de stijl.

Maak halverwege een proefafdruk. Die laat beter dan de plaat zien waar nog onrust zit of waar een vorm dichtloopt. Markeer op de droge proef met potlood welke delen je wilt aanpassen. Snijd steeds een klein beetje weg, want materiaal terugplaatsen kan niet.

Inkten zonder geknoei

Leg oude kranten neer en houd één schoon deel van de tafel vrij voor papier. Doe een kleine hoeveelheid inkt op het mengvlak, ongeveer zo groot als een kleine boon. Rol eerst heen en weer op het glas. Na een paar bewegingen hoort de inkt zacht te ritselen. De laag op de roller moet dun en gelijkmatig zijn, niet glad en glanzend als verf.

Zo herken je de juiste hoeveelheid

Te veel inkt vult fijne lijnen en maakt randen plakkerig. Te weinig inkt geeft kale plekken. Rol meerdere dunne keren over de plaat en verander van richting. Kijk schuin langs het oppervlak: overal hoort een fijne, gelijkmatige glans te liggen. Zie je dikke richels, haal dan wat inkt van de roller door opnieuw over het lege deel van het mengvlak te rollen.

Leg het papier voorzichtig op de plaat en voorkom dat het verschuift. Wrijf met de bolle kant van een houten lepel in kleine cirkels over de achterkant. Geef extra aandacht aan de randen en het midden. Til één hoek op om te controleren en leg die terug als er meer druk nodig is. Trek het vel daarna in één rustige beweging los.

Leer van elke afdruk

Leg de eerste drie afdrukken naast elkaar. Schrijf klein op de achterkant hoeveel inkt en druk je ongeveer gebruikte. Zo zie je snel welk verschil een dunnere laag of langer wrijven maakt. Laat de afdrukken vlak drogen op een schone plek. De precieze droogtijd hangt af van inkt, papier en luchtvochtigheid; raak het oppervlak pas aan als het niet meer koel of kleverig voelt.

Watergedragen inkt maak je meestal schoon met water volgens de aanwijzingen op de verpakking. Veeg overtollige inkt eerst van roller en mengvlak met oud papier. Spoel gereedschap niet gedachteloos boven eten of servies af en laat houten handvatten niet weken. Droog metalen gutsen meteen.

Je volgende kleine stap

Maak van een geslaagde plaat een reeks van vijf in plaats van meteen een nieuw groot ontwerp te beginnen. Probeer ander papier, iets meer of minder druk en eventueel een tweede inktkleur op losse afdrukken. Nummer alleen afdrukken die je als een echte oplage wilt bewaren; voor oefenwerk is een datum en korte notitie voldoende.

Je hoeft de rafelige randen of kleine verschillen niet weg te werken. Een handdruk mag tonen dat er een hand aan te pas kwam. Hang één afdruk op, stuur er één naar iemand en bewaar de proef met aantekeningen. Daarmee is de eerste linosnede geen oefening die in een la verdwijnt, maar het begin van een eigen beeldtaal.

Wil je eerst je blik scherpen voordat je een nieuw ontwerp kiest? Lees dan Beter leren kijken naar kunst. Voor inspiratie zonder haast helpt ook een rustig museumbezoek.